Met een handicap goed voorbereid bij een incident of ramp
Mensen met een beperking wonen veel vaker dan voorheen zelfstandig in reguliere
woningen of in kleinschalige complexen. Ongeveer 20% van de Nederlandse bevolking is verminderd zelfredzaam. Wie tot deze groep behoort loopt daarom een verhoogd risico bij incidenten, rampen en calamiteiten. Een incident is bijvoorbeeld een brand in huis. Een ramp is bijvoorbeeld een
grote brand, een ongeluk, waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen of een dijkdoorbraak. Hulpverleners zullen in zo’n situatie adequate ondersteuning moeten kunnen bieden aan mensen met een handicap.
Maar mensen met een beperking moeten ook zelf preventieve maatregelen nemen om calamiteiten te voorkomen en er goed op voorbereid te zijn.
Daarom volgen hierna een aantal tips die zijn overgenomen uit een uitgave van februari 2008 van het programma VCP - Versterking Cliënten Positie, een initiatief van de Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad Nederland:
• Kijk bij het binnengaan van een gebouw eerst waar de nooduitgangen zijn.
• Draag altijd een ’survivalkit’ bij u met noodmedicijnen en belangrijke (medische) informatie.
• Meldt u bij de gemeente aan als vrijwilliger voor rampenoefeningen.
• Zorg voor een netwerk van familieleden, vrienden of collega’s die kunnen helpen bij een noodsituatie. Bespreek uw handicap met bovengenoemden en vraag hen om in geval van een ramp u te komen helpen. Maak afspraken over welke hulp u nodig heeft en waar u uw noodvoorraad bewaart.
• Geef een dichtbij wonende- en door u vertrouwde persoon een sleutel van uw woning.
• Houdt een lijst bij van zaken die belangrijk zijn vanwege uw handicap en berg deze op bij uw noodvoorraad. Geef een kopie aan een familielid en een andere aan een vriend of buurtgenoot. Op de lijst zouden de volgende zaken kunnen staan:
o speciale hulpmiddelen en verbruiksartikelen zoals batterijen voor een gehoorapparaat
o de namen van voorgeschreven medicijnen en hun doseringen
o namen, adressen en telefoonnummers van behandelend artsen en de apotheek
o gedetailleerde informatie over de soorten en doseringen medicijnen die u gebruikt en op welke tijdstippen u die moet innemen.
• Draag een SOS-penning met informatie over uw handicap zodat deze tijdens een noodsituatie kan worden herkend.
• Als u afhankelijk bent van voorzieningen zoals nierdialyse apparatuur of zuurstof toediening, zorg dan dat u weet wat u moet doen in geval van nood en op welke plaatsen u terecht kunt voor deze voorzieningen.
• Als u een ernstige spraak-, taal- of gehoorstoornis heeft:
- zorg dat u een kladblok en potlood bij de hand houdt, zodat u met anderen kunt communiceren
- zorg dat u een zaklamp bij de hand houdt zodat u anderen een lichtsignaal kunt geven en kunt bijlichten als er gecommuniceerd moet worden (liplezen bijvoorbeeld lukt niet in het donker)
- herinner vrienden er aan dat u niet in staat bent om alle waarschuwingssignalen te horen noch in staat bent om de aanwijzingen op de (regionale) rampenzender te volgen. Vraag hen om u op de hoogte te stellen en te houden in geval van rampomstandigheden.
• Als u een geleidehond heeft, besef dan dat deze in de war of gedesoriënteerd kan raken onder rampomstandigheden.
Zorg dat u een voorraad heeft van voedsel, water en andere zaken die uw hond beslist nodig heeft. Geleidehonden kunnen in opvangcentra bij hun eigenaar blijven.
• Als u een rolstoel moet gebruiken, laat uw vrienden dan zien hoe deze werkt zodat ze u zonodig kunnen helpen bij verplaatsing. Zorg er voor dat ze weten welke afmetingen een auto moet hebben waarin uw rolstoel kan worden vervoerd en waar eventueel reserveaccu’s zijn te krijgen. Vertel hen ook waar de ’vrijloop knop’ zit. Dat rijdt een stuk makkelijker. Geef ook aan dat u, als u dat kunt, ook in staat bent om te lopen.
• Luister naar de adviezen van de lokale hulpverleners en autoriteiten.